Thursday, 2 October 2014

The joys of the desert, or: A new level of heat



The day we had set to leave Khartoum, we got up at 4:30ish and rolled out of the gates of our Youth Hostel at 6am. The roads in Khartoum were eerily empty – lucky for us also void of rainwater…

Read More

Mexico 2 – Oaxaca State, The ancient Zapotec Capital of Monte Alban.



15th March – Brilliant civilisations such as the Olmecs, Zapotecs, Mixtecs, Mayas, Toltecs and Aztecs, have all left their marks on Mexico’s landscape.  The most ancient civilisation was that of the Olmecs, whose hieroglyphs were possibly the first writings in … Continue reading →

Read More

September 23rd, 2014



Beginnersfouten, risico-inschatting en stof / beginner mistakes and dust Beroofd tijdens een reis zijn we nog nooit (afkloppen) maar in Swakopmund scheelde het weinig. Terwijl Mariëlle, Ad en Wilma boodschappen gingen doen zou ik buiten op de auto’s letten zodat die niet gestolen of leeggeroofd zouden worden (ondanks de aanwezigheid van parkeerwachters). In de tussentijd zou ik ook nog even kunnen kijken naar een lekkend kraantje in één van de watertanks bij het rechter achte [...]

Read More

Wakhan Corridor #2 – The People, Tajikistan 7-2014



People in the foreign countries we are visiting are part of the joy of overland travel, and for sure, the children are the most fun. They have no fear, no set opinions, no religious or political concerns. They are just curious that strange people in a strange vehicle from a place they may never have […]

Read More

Malaria in Kameroen



De brug over de rivier bij de grensovergang Ekok/ Kameroen is 200 meter lang en erg smal. De politie probeert het ‘verkeer’ op de brug een beetje te regelen…door te zwaaien naar de andere kant van de brug. Zo komen er een paar auto’s van Kameroen over de brug naar Nigeria en daarna kunnen er een paar van Nigeria over de brug richting Kameroen. We wachten onze beurt af en dan mogen we….wat een lekker gevoel is dit zeg.…Nigeria uit…Kameroen in. Ze zijn bezig om dit traject te asfalteren maar eerst moeten we een stuk over een slechte piste van Mamfé richting Bamenda, dwars door het regenwoud. We kamperen voor het eerst in dagen weer in de vrije natuur, genieten een paar uur van de nachtelijke geluiden van het woud en dan heerlijk slapen.
Er wordt hard gewerkt aan de weg en na slechts dertig kilometer gaat de piste al over in prachtig strak asfalt. Bamenda ligt op 1000 mtr hoogte, omgeven door groene heuvels, een vruchtbaar gebied en heerlijk koel. We mogen op de parkeerplaats staan van het boven op zo’n heuvel gebouwde hotel ‘Azam’ met mooi uitzicht op de bergen. Al het aanwezige personeel komt langs voor een rondleiding en een praatje….de douche, wc en het water uit twee verschillende kranen….ze vinden het heel bijzonder.  De meisjes giechelen wat af en zetten foto’s gelijk op facebook want, zo laat één van hen weten….dan kunnen onze vriendinnen ook komen kijken…wij vinden het prima. Bamenda blijkt een gezellig stadje met een markt vol vers fruit, groente en vlees. Iedere jongeman in het bezit van een motor heeft hier werk als ‘motortaxi’….nou ja werk…er zijn er veel, teveel.  In rijen staan ze bij de markt op de vrouwen te wachten die zich met de boodschappen terug naar huis laten rijden. En wij ook, met onze tassen vol boodschappen passen we nog net samen achter op de motor en voor 45 eurocent worden we bij het hotel afgezet.
In Kameroen zijn veel ‘koninkrijken’ of ‘chefferie’, dorpen met grote toegangspoorten, een koning of chef, een paleis en oude tradities. We bezoeken het dorp Bafut met één van de oudste paleizen van de ‘Fon’ stam en krijgen een rondleiding van een prins door het museum. Zijn vader, de koning, en broers en zussen ziet hij maar weinig. De koning heeft twaalf vrouwen en meer dan honderd kinderen. We maken een motorritje door de bergen en pauzeren bij een klein maar mooi meertje. Wanneer we na een uurtje willen wegrijden worden we aangesproken door een man die zich voordoet als ‘beheerder’. We lopen met hem mee naar een afdakje en schrijven op verzoek onze namen in een boek. De man vraagt of we er nog even bij kunnen schrijven hoe we het vinden bij het meer. Geen probleem en voegen toe dat we het uitzicht prachtig vinden. Nu moet je wat geld in het boek leggen..zo gaat hij verder..huh?..”een donatie, omdat je het mooi vindt”. We hebben geen contant geld bij ons maar de man houdt vol….weet je wat, zo laat hij weten bij het afscheid…beneden aan de weg staat een bord met mijn nummer…kunnen jullie wat geld op mijn rekening overmaken…ja hoor gaan we doen….haha, de grapjas.
Kameroen is een prachtig groen en vruchtbaar land, het regent vaak en veel. Dus in de regen rijden we naar het zuiden. Er zijn weer veel controleposten, de politie is vriendelijk en laten ons met rust, we merken nauwelijks iets van corruptie. We kamperen aan het lavastrand iets ten noorden van het dorp Limbé, met op de achtergrond de hoogste berg van Kameroen…mount Cameroon.  Op deze plek valt de meeste regen van heel Afrika; zo’n elf meter(!) per jaar. De temperatuur is heerlijk, het zeewater prachtig helder, het strand zwart van de lava. In de ochtend zwemmen in de regen in zee en aan het eind van de middag ligt Peter met flinke koorts in de vrachtwagen. Is het een griepje of malaria….we hebben geen idee maar Peter begint direct met een antimalaria kuur en is na drie dagen weer opgeknapt. We zijn de regen een beetje zat en rijden naar het dorp Kribi (uiterste zuiden) en zijn verrast door de prachtige lange, brede schone zandstranden. We kamperen direct aan het strand en min of meer in het kleine dorp, de zon schijnt en we maken lange strandwandelingen. We maken een praatje met de achterbuurman. Hij is weduwnaar en heeft vier kinderen. Wat is er met je vrouw gebeurd vragen we hem en hij verteld; de vrouw had malaria en was erg ziek. Hij wilde haar met de brommer naar het ziekenhuis brengen. Onderweg is de vrouw door zwakte van de brommer gevallen en verongelukt. Ook één van de kinderen is overleden aan malaria. De man heeft geen werk en probeert met hulp van andere familieleden voor de kinderen te zorgen.
Na nog maar een dag aan het strand krijg ik ook hoge koorts. Eigenwijs als ik ben wil ik niet ‘zomaar’ aan de antimalariapillen maar wacht het even af…misschien een griepje? De volgende morgen voel ik me zo beroerd dat we naar het ziekenhuis gaan voor een test. Het kleine ziekenhuisje is gefinancierd en gebouwd door Spanjaarden, de eerste hulpafdeling bestaat uit twee wit geverfde containers. De ramen zijn ‘uitgezaagd’. Eerst moet ik worden ingeschreven. Op de binnenplaats wachten we tot we aan de beurt zijn. Meisjes met doorzichtige plastic emmers op het hoofd, gevuld met gekookte eieren verkopen broodjes gekookt ei voor 22 cent per broodje. Na het inschrijven mag ik naar de ‘meet- en weegzuster’. Onder het toeziend oog van alle andere patiënten wordt mijn temperatuur (onder de oksel) en bloeddruk gemeten en mag ik op de weegschaal. Dan in de rij voor de dokter. Er heerst ook tyfus, de dokter beslist dat ik zal worden getest op malaria, tyfus en dengue dus weer in de rij, nu voor het bloedprikken. Na het prikken lig ik twee uur op een smal hard houten bankje klappertandend en rillend van de koorts te wachten op de uitslag. Het is malaria en we krijgen recepten mee voor de malariakuur, vitaminen en staalpillen en kunnen dan terug naar de vrachtwagen. De daaropvolgende dagen zie ik maar weinig van het strand. Ik voel me ontzettend beroerd van de koorts maar vooral van de bijwerkingen van de medicijnen. Er is nog een tweede kuur nodig maar dan gaat het beter….na vijf dagen voel ik me goed genoeg om te rijden. Bij de apotheek kopen we een paar reservekuren voor drie euro vijfenzeventig per kuur (dit is ongeveer wat je in Nederland voor Malarone per tablet betaald), een volgende keer moet ik misschien ook net als Peter maar meteen aan een kuur beginnen.
De piste van Kribi naar Ebolawa is goed, we rijden langs kleine dorpen en aan de reacties van de mensen merken dat er niet veel toeristen komen. Ze staren en wanneer we vaart minderen rennen de kinderen verschrikt naar huis. We hebben gelezen dat in deze omgeving pygmeeën wonen en vragen het aan een vrouw. Ja, vertelt ze, hier heel vlakbij is een pygmeeën dorp….zal ik jullie er naar toe brengen? We laten de auto bij het huis staan en lopen samen met de vrouw en een aantal kinderen naar het dorp. In het dorp van ongeveer honderd pygmeeën zien we alleen de chef en zijn moeder, de ouderen, zieken en kleine kinderen. De rest zwerft rond in de omgeving of is nog aan het jagen. De regering van Kameroen is bezig om de pygmeeën een meer gebruikelijke levensstijl te laten aannemen. Ze worden geregistreerd en moeten op een vaste plek blijven en aan landbouw gaan doen. Dat is een hele verandering ten opzichte van het rondtrekken en leven van de jacht zoals ze gewend waren. Als we vragen wat ze er van vinden zeggen ze dat ze het beter vinden zo en dat ze nu het gevoel hebben dat ze “erbij horen”. Wij hebben zo onze vraagtekens en krijgen niet de indruk dat ze door hun gewone buren helemaal serieus worden genomen ondanks dat onze ‘gids’ ze wel “un peu intelligent” vindt….. Het ziet er allemaal erg armoedig uit, de kinderen zitten lusteloos op een bankje. We lopen naar één van de erfjes en zien een jong echtpaar met twee kinderen. Het jongetje van bijna vier zit op de grond en probeert een paar hapjes rijst uit een pan te eten terwijl de hond en de kippen ook een graantje meepikken.  Aan zijn dikke buik, de groeiachterstand en het vlashaar maken we op dat het zeer ernstig ondervoed is. De baby heeft malaria en is zeer ziek. Er is geen geld voor medicijnen en beide kinderen zullen het waarschijnlijk niet overleven. Het is een hartverscheurend tafereel en onze indruk is dat deze pygmeeën, zonder steun van de regering, compleet aan hun lot worden overgelaten.
We lopen nog even naar het huis van de vrouw. Ze heeft twee kinderen, de vaders zijn vertrokken. De vrouw is vijfendertig jaar en oma, haar dochter van vijftien is drie weken geleden bevallen van haar eerste kindje…de vader…onbekend. De baby zal voorlopig worden verzorgd door de vrouw, dochterlief gaat terug naar het internaat waar ze ook zwanger is geraakt. We bewonderen de baby nemen afscheid en rijden richting de grens met Gabon. In het dorp Ebolawa wandelen we langs de markt en zien de kraampjes waarop het ‘bushmeat’ ligt uitgestald. Het wordt nog veel gegeten in Kameroen, nee chimpansees vangen mag niet meer. Daar staat nu (gelukkig) een zware gevangenis straf op. Tja…het is het echt ….. West-Afrika 2014.
 
  

Read More

met geknepen billen......



We zijn gewaarschuwd voor het rijden door Nigeria. Het land heeft 165 miljoen inwoners. Er zijn veel werkelozen, er is armoede, veel criminaliteit en een hoge mate van corruptie. In het noorden en midden van het land is er de onrust vanwege de recente bomaanslagen en van andere reizigers hebben we de verhalen gelezen en gehoord over de Nigeriaanse ‘stickman’. Dit zijn de, meestal jonge,  mannen die, door lange spijkerstokken voor je autobanden te gooien, je tot stoppen dwingen en zo geld afhandig proberen te maken. In het zuiden komen veel ontvoeringen voor.
We maken de keuze voor een route door het zuiden en nemen de kleine grensovergang van Kétou in Benin naar Meko in Nigeria. De mannen van de Nigeriaanse immigratiedienst zijn allervriendelijkst; ‘welcome, you are welcome in our safe country’ en de formaliteiten zijn snel voor elkaar. Het begint goed, ook onderweg wordt er  door dorpelingen naar ons gezwaaid en gelachen en ook hen horen we roepen….welcome, welcome… We rijden nog geen uur wanneer we in een flits een drie meter lange stok met spijkers over de weg zien schuiven. Een paar jonge knullen staan hevig te gebaren dat we moeten stoppen. Maar we zijn gewaarschuwd en willen alleen stoppen voor uniformen. Peter geeft een flinke dot gas en zigzaggend kunnen we nét de spijkerstokken ontwijken. Vijf kilometer verderop hetzelfde verhaal en we zitten nu al met geknepen billen. Bij de derde poging ons te stoppen en wij weer niet kunnen zien of het een legale of illegale wegversperring is rijdt Peter recht op het mannetje af, hij kan nog net naar de kant springen.
Een paar meter verder, midden op de weg staan een aantal politiemannen met de AK47 op de cabine gericht. We vragen wat er aan de hand is….this man..en ze wijzen naar Peter…just tried to kill an officer..huh?..we hebben geen uniform gezien. Peter moet uitstappen en in een fractie van een seconde staan er vijf tierende en met geweren zwaaiende mannen om hem heen…you tried to kill him….we proberen de boel te sussen en uit te leggen dat we niet hebben gezien dat het een legale wegversperring is. Het blijkt een controle van de immigratiedienst en van de vijf mannen draagt er één een uniform. Iemand trekt de paspoorten uit onze handen en …mee naar het kantoor. Op het parkeerterrein bij het kantoor beginnen ze, zwaaiend met de geweren, weer tegen Peter te schelden en te tieren. Die blijft uitermate kalm en dat lijkt hen mateloos te irriteren. Eenmaal binnen komt de chef erbij en gelukkig lijkt deze man voor rede vatbaar. We willen weten waarom we zouden moeten stoppen voor niet geüniformeerde spijkerstokschuivers….nou, horen we dan. ..die jongens, dat is personeel, die worden door ons betaald om de stokken over de weg te schuiven…want, natuurlijk gaan wij als overheidsdienaar, echt niet de hele dag in de brandende zon staan….. wij wachten (zitten, liggen) onder een boom in de schaduw. Ohh… zit het zo.… maar.. dit ‘systeem’  is wel erg onduidelijk voor argeloze toeristen, het maakt ons bang. Maar, zo horen we….dit is de Nigeriaanse methode….gewoon altijd stoppen en dan overkomt je niets. Nou, helemaal gerust zijn we er niet op.  En dan….de chef strijkt zijn hand over zijn hart… Peter hoeft voor het gepleegde ‘delict’ de gevangenis niet in maar moet wel een boete betalen. Jammer voor de mannen maar we hebben zogenaamd geen contant geld …en zwaaien even met de pinpas. Vijf minuten later nemen we, nadat we beloofd hebben voor elke spijkerstok te stoppen en zonder iets te betalen, afscheid van de mannen….welkom in Nigeria.
Vrij kamperen gaan we in dit land maar niet uitproberen en gelukkig vinden we in het stadje Shagamu een hotel waar we op het bewaakte parkeerterrein mogen overnachten. De volgende dag, op de snelweg worden we weer vaak aangehouden en zelfs hier worden spijkerstokken gebruikt. Het zijn óf militairen óf veiligheidspolitie óf  ‘highwaypatrol  of we weten niet wie of wat ze zijn, de mannen en vrouwen die controles uitvoeren maar elke keer weer het gezwaai met de AK47 en vaak beginnen ze meteen met de vraag: “Give me your money” of “What did you bring for us?”. We beginnen, na de zoveelste controle, net weer te rijden wanneer we worden ingehaald door vijf vrachtwagens van het rode kruis en we horen iemand roepen…hey you!..Cameroon? Yes, roep ik terug.. Cameroon. ..en dan…come on..follow us. Dat laten we ons geen tweede keer zeggen en Peter schuift de vrachtwagen tussen die van het rode kruis en zo rijden we redelijk comfortabel en soepel langs de controles.
Om drie uur in de middag stoppen we bij een hotel en maken we kennis met de chauffeurs. Ze komen uit de Ivoorkust en brengen de vrachtwagens van Ivoorkust naar een nieuwe standplaats in Kameroen. We vragen of we nog verder gaan, maar nee, dit is het voor vandaag. Het is op zaterdagmiddag (veel dronkenlappen, veel ongelukken, lokale chiefs die je geld afhandig willen maken) te gevaarlijk om langs de acht miljoen inwoners tellende stad Benin-City te rijden. We zullen de volgende morgen vroeg weer vertrekken. Het wordt een gezellige avond…we eten met elkaar en kijken naar de voetbal. We maken een praatje met Darlington, de drieëntwintigjarige receptionist van het hotel. Hij is jongste uit een gezin van dertien, vader is overleden en moeder ziet hij alleen met kerst. Hij had graag willen studeren maar er is geen geld..en… zo laat hij weten…wanneer je bent afgestudeerd is er toch geen werk. Nu wil hij liever met ons mee naar Nederland.
De chauffeurs hebben een kamer in het hotel en wij slapen in de auto op het parkeerterrein. Bij het eerste daglicht rijden we op de ringweg van Benin-City. We zien langs de kant van weg een lijk liggen, uitgebrande vrachtwagens, achtergelaten wrakken, voetgangers die levensmoe tegen het verkeer in over de snelweg lopen…pff wat een droefenis. Wij hebben het visum voor Kameroen nog niet en nemen we bij de stad Onitsha afscheid van de chauffeurs. Zij rijden richting de grens en wij gaan verder naar Calabar. Het is zondag, er is markt in de stad Aba en er is geen doorkomen aan. De weg is echt verschrikkelijk slecht. We nemen het aanbod van een man, om een stukje mee te rijden en de weg te wijzen graag aan. Hij vertelt…iedere staat in Nigeria heeft zijn eigen gouverneur. De gouverneur van deze staat geeft helemaal niets om de mensen hier, de slechte weg…het is al jaren zo. Het geld voor het onderhoud van de weg verdwijnt vooral in de zakken van de gouverneur.
We stoppen in Itu en vragen iemand naar een hotel met een ruime parkeerplaats. De man rijdt mee en brengt ons naar een hotel van een vriend. De beveiliger mét AK47 wijst een plek aan en haalt de manager maar op de één of andere manier is de man niet blij met ons. Hij bekijkt de vrachtwagen en verdwijnt met onze paspoorten het hotel in. Een half uur later komt er een commandant van politie. En wat blijkt…ze nemen onze veiligheid hoog op en we krijgen een persoonlijk bewaker…een politieman met, natuurlijk, een AK47. Die avond kijken we naar de voetbalwedstrijd Nederland Mexico. De politieman zit strak achter ons en wanneer wij rustig slapen zit de arme jongen op een krukje naast de vrachtwagen.
Eenmaal in de stad Calabar rijden we direct naar het consulaat en een half uur later lopen we mét visum de deur uit….Na nog een nachtje parkeerplaats, 250 kilometer rijden en tien controles staan we voor de grens…and how was your stay in Nigeria….nou…..er is niks gebeurd maar we hebben ons niet echt veilig gevoeld hier.
Nigeria, wat ons betreft een wetteloos land. Honderdvijfenzestig miljoen mensen, het merendeel vriendelijk en arm. Slechts een klein deel profiteert middels zelfverrijking van de enorme rijkdom en de rest maakt de boel onveilig in een poging om op criminele wijze ook mee te delen in die welvaart

Read More

“28 nest in one night!” The Turtles need your help!



San Pancho Turtles 3 hours ago “28 nests last night. (one poached).”  Joslin Carson posted. I woke up to this message this morning posted by San Pancho Turtles on my Facebook page. I immediately went into a panic! 28 turtles laying eggs on the beach last night, wow right? Figuring each nest holds between 80 […]

Read More